Midden-Oosten

Het begrip Midden-Oosten ontstond in 1918, na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk. Tot de Eerste Wereldoorlog sprak men van het Nabije Oosten, een term die onder andere in het Duits en de geschiedeniscontext nog steeds wordt gebruikt. Het West-Aziatische deel werd ook wel Voor-AziŽ genoemd.

Het Midden-Oosten is, net als het Verre Oosten, een eurocentrische term, het gaat uit van het geografische gezichtsveld van Europa. Andere termen hebben echter ook hun tekortkomingen. Zo is de benaming West-AziŽ weliswaar neutraler omdat deze niet uitgaat van een centrale positie van Europa in de wereld maar niet goed geschikt omdat deze de Afrikaanse landen LibiŽ, Soedan en het grotendeels Afrikaanse Egypte uitsluit. Ook de benaming Arabische wereld voldoet niet omdat die niet-Arabische landen zoals Iran, IsraŽl en Turkije buitensluit terwijl die dikwijls wel tot het Midden-Oosten worden gerekend.

Een andere term die wel goed overeenkomt, is de OriŽnt (vandaar ook OriŽnt-Express). Misleidend dan weer is dat de wetenschappelijke discipline oriŽntalistiek, die zich bezighoudt met de bestudering van de "oosterse" geschiedenis, de cultuur, de talen, religie en volkeren, een veel ruimer gebied bestrijkt. Naast de "vaste" bewoners van deze landen (Arabieren, Turken, Koerden, IraniŽrs, Joden, enz.) wordt het Midden-Oosten ook nog altijd bevolkt door nomaden die in de woestijn leven, met name de BedoeÔenen.

 
Veel landen kennen grote groepen etnische minderheden, zoals bijvoorbeeld Koerden, Druzen en Kopten. Veelal worden deze minderheden niet gelijkwaardig behandeld of zelfs systematisch onderdrukt. Vaak hebben dergelijke spanningen een etno-religieuze achtergrond. Zo verschillen soennieten en sjiieten etnisch niet of nauwelijks van elkaar en zelfs de religieuze verschillen zijn (vergeleken tussen protestanten en katholieken) vrij beperkt. In Irak anno 2007 plegen soennieten en sjiieten zeer regelmatig aanslagen op elkaar met honderden doden tot gevolg. Ook in andere streken zoals Saoedi-ArabiŽ worden sjiieten slechter behandeld. In Iran worden dan weer Arabieren (in het zuidwesten van het land) achtergesteld.

Ook het traditionele denken in stammen en clans leidt tot een achterstelling van groepen. In Libanon zijn de etnische en religieuze tegenstellingen al decennia een voortdurende bron van spanning. In IsraŽl worden IsraŽlische Arabieren volgens diverse onderzoeken achtergesteld ten opzichte van Joden. Het Midden-Oosten ligt op het grensvlak van drie tektonische platen, namelijk de Afrikaanse plaat, de Arabische plaat en de Euraziatische plaat. Doordat deze platen tegen elkaar aanschuiven is een aantal gebergtes ontstaan. Daarnaast zijn bepaalde gebieden in het Midden-Oosten (vooral Turkije en Iran) seismologisch actief. Een groot deel van het Midden-Oosten heeft een droog klimaat of een semi-droog klimaat. Het landschap bestaat daardoor grotendeels uit graslanden, uitgestrekte velden en woestijn.

Het Midden-Oosten is de bakermat van verschillende godsdiensten. Drie religies met wereldwijde betekenis vinden hier hun oorsprong: jodendom, christendom en islam; de laatste twee zijn zelfs de grootste godsdiensten van de wereld. Ook hun bijbehorende heilige boeken, te weten de Tenach, de Bijbel en de Koran dragen het stempel van de cultuur van het Midden-Oosten. Verder rekenen veel aanhangers op toekomstige belangrijke gebeurtenissen in dit gebied. Zo verwachten (bepaalde) joden de komst van de messias die de tempel in Jeruzalem zal herbouwen en dat God vanaf de nabijgelegen Olijfberg zal beginnen met het opnieuw tot leven wekken van alle gestorvenen. Veel christenen verwachten op hun beurt dat Jezus, die zij als de messias beschouwen, uit de hemel zal terugkeren op de al eerder genoemde Olijfberg teneinde vanuit Jeruzalem zijn vrederijk op te richten. Moslims daarentegen verwachten dat de messias (vaak ook Jezus, soms de mahdi) in Mekka zal komen om daar een wereldgericht te houden. Voorts is Mekka voor hen van groot belang omdat zij zich in hun gebed richten tot die stad en het een begeerte en een plicht van elke moslim is om tenminste eenmaal in zijn leven Mekka met het heiligdom de Ka'aba te bezoeken.

De verschillende aspiraties van deze godsdiensten zorg(d)en soms ook voor onderlinge conflicten. In het verleden was dit bijvoorbeeld het geval vanaf de 7e eeuw, toen het Byzantijnse Rijk werd teruggedrongen door de zojuist moslim geworden Arabieren en vanaf de 13e eeuw door de tot de islam bekeerde Ottomanen, die het in 1453 definitief ten val brachten. Daarnaast waren er van de 12e tot en met de 14e eeuw de Kruistochten, waarbij Europese christelijke ridders met aanhang het Heilige Land van de islamitische overheersing wilden ontdoen. De strijd tussen de joodse IsraŽliŽrs enerzijds en de Palestijnen en bepaalde Arabische landen anderzijds heeft gedeeltelijk ook een religieuze dimensie (gekregen) waarbij het vooral gaat om de status van het oude deel van Jeruzalem en daarbinnen om het complex van de Tempelberg.

In het Midden-Oosten is in de loop van de 20e eeuw in veel landen een seculiere regering aan de macht gekomen. Soms leggen deze regeringen dwingende maatregelen op tegen religieuzen en worden kleding en religieuze gebruiken afgedaan als 'achterlijk' of zelfs verboden. Dit leidt tot conflicten met religieuze groepen. In andere landen daarentegen blijft het bewind vaak traditioneel islamitisch, wat dan weer op weerstand van moderne hervormers stuit, die voor democratie of vrouwenrechten strijden.

Volgens de meeste onderzoekers, zoals Karen Armstrong, kan het moslimfundamentalisme niet los gezien worden van de onderdrukking van religieuze waarden door seculiere machthebbers en het verlies in vertrouwen in wat het (westers) secularisme zou brengen. Voorbeelden van uitvloeisels hiervan zijn de Iraanse revolutie, het FIS, Hezbollah en Hamas in de Palestijnse gebieden, de opkomst van islamistische partijen zoals de Moslimbroederschap in Egypte en de opkomst van terroristische organisaties zoals Al Qaida. Het moslimfundamentalisme teert bovendien op de onvrede van een groot deel van de Arabische bevolking over de militaire aanwezigheid van het westen (vooral Amerikanen) in de regio, de corruptie en dictatoriale houding van verschillende regimes en de zwakke sociale positie van veel burgers.